CCRA

Centre for Children's Rights Amsterdam

Lezingen ‘Rechten van het Kind’- 2017

 

Het Centre for Children’s Rights Amsterdam (CCRA) organiseert dit jaar opnieuw samen met het opleidingsinstituut voor de geestelijke gezondheidszorg – de RINO – een lezingencyclus van tien avonden. Daarbij staan de rechten van het kind centraal en vormt het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) de belangrijkste leidraad. Aan bod komen onder meer de werking van het IVRK, het jeugdstrafrecht, het horen van/ praten met kinderen, de werking van de nieuwe kinderbeschermingsmaatregelen, de bijzondere curator, vluchteling kinderen: pedagogische gevaren en juridische implicaties, complexe gezag- en omgangszaken en meerouderschap, het recht op privacy, draagmoederschap, en leerplicht en het recht op onderwijs.

De lezingen zijn afgestemd op zowel de advocatuur en juridische beroepen als psychologische, pedagogische en psychiatrische beroepen. De interdisciplinaire aanpak komt niet alleen terug in de onderwerpen, maar ook in de duo presentaties verzorgd door zowel juristen als deskundigen uit de geestelijke gezondheidszorg. De lezingencyclus wordt ingeleid met een algemene lezingen over de Rechten van het Kind: de doorwerking van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind in de Nederlandse rechtspraak. Vervolgens wordt op de meer specifieke onderwerpen ingegaan.

De onderwerpen van de lezingen hebben weliswaar alle het IVRK als leidraad maar zijn ook als afzonderlijke lezing (goed) te volgen.

Wanneer:
Van 3 oktober t/m 28 november 2017, op de dinsdagen en twee donderdagen van 19.00 – 21.15u.

Aanmelden: 
ahoepman@ccra.nl

NOVA- Punten:
20 PO (2 PO per lezing), in het kader van de verordening op de vakbekwaamheid (PO) kan de bijeenkomst door advocaten i.o. bij de NOvA worden opgevoerd.

Klik hier voor het programma.

 

oktober 3, 2017

De Werking van het IVRK

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) in het algemeen en de doorwerking ervan in de Nederlandse rechtspraak. In 2012 en 2014 heeft het Centre for Children’s Rights Amsterdam (CCRA) in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een onderzoek uitgebracht naar de toepassing van het IVRK in de Nederlandse rechtspraak van 1 januari 2002 tot 1 september 2011 en 1 september 2011 tot 1 september 2014. Aan de hand van deze onderzoeken én recente voorbeelden uit de rechtspraak bespreken de heer Pulles en mevrouw De Graaf de rol van het IVRK en doen suggesties tot het beter gebruik van het IVRK zowel in als buiten de rechtszaal.

oktober 10, 2017

Het Jeugdstrafrecht

Mw. mr. Eva Huls en Dhr. mr. Constantijn van Dam zullen het Jeugdstrafrecht vanuit hun expertise, praktijkervaring en visie verder uitdiepen en belichten.

oktober 24, 2017

Het horen van/ praten met kinderen

Mw. drs. Singendonk werkt veelal met kinderen in knelsituaties rondom echtscheiding en ondertoezichtstellingen. Vanuit deze expertise zal zij het horen van/praten met kinderen verder belichten.

oktober 26, 2017

De werking van de nieuwe Kinderbeschermingsmaatregelen

Wat is er gewonnen? welke nieuwe problemen lijken te ontstaan voor wie? Een avondje meekijken door de bril van een kinderrechter en een gedragswetenschapper.

oktober 31, 2017

De bijzondere curator

Moeten kinderen van gescheiden ouders worden gehoord of gezien? In de afgelopen twintig jaar is de noodzaak toegenomen om belangen van kinderen (met gescheiden ouders) goed in het oog te houden omdat uit onderzoek naar voren komt dat opgroeien met gescheiden ouders en/of in huiselijk geweld een duidelijke risicofactor is voor de ontwikkeling van een kind. De functie van bijzondere curator in Jeugdzaken is in 2009 speciaal ingesteld voor de rechtsbescherming van minderjarige kinderen en om tegemoet te komen aan het feit dat zij in beginsel geen zelfstandige rechtsgang genieten. In situaties waarin de rechten van een kind door professionele derden moeten worden verdedigd, zijn er kennelijk wettelijk vertegenwoordigers die daarin tekortschieten. Maar belangen van kinderen zijn ook niet zo eenduidig en duidelijk, en zeker zijn ze niet algemeen. Ouders hebben soms hulp nodig om te kunnen zien wat dit specifieke kind nodig heeft voor zijn actuele welzijn en voor zijn gezonde biopsychosociale ontwikkeling. Dit zijn vraagstukken die gewoonlijk worden behandeld binnen beroepen zoals de orthopedagogiek en de kinder- en jeugdpsychologie of ontwikkelingspsychologie. Toch is de specifieke deskundigheid van de familie- en jeugdrechtadvocaat ook in veel gevallen een belangrijke aanvulling en is in sommige gevallen een combibenoeming van meerwaarde.

november 7, 2017

Vluchteling kinderen: Juridische implicaties

november 14, 2017

Complexe gezags- en omgangszaken en meerouderschap

november 16, 2017

Recht op privacy

Een doelstelling van de Jeugdwet is in de hulpverlening meer te werken met 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. In de wijkteams werken hulpverleners van verschillende organisaties samen om tot een meer integrale hulpverlening te kunnen komen. Maar hoe verhoudt dit streven zich tot het recht op privacy van jeugdigen en ouders en de geheimhoudingsplicht van hulpverleners? Mw. mr. Esther Lam zal hier verder op ingaan. De privacy van kinderen en jeugdigen is daarbij niet alleen juridisch complex, maar ook in de spel- of spreekkamer. Aan de hand van therapiefragmenten zal dhr. dr. Willem Heuves een aantal dilemma's schetsen, die met de aanwezigen worden besproken.

november 21, 2017

Draagmoederschap

Om te beginnen zullen de juridische vragen over draagmoederschap worden besproken. Aandacht zal worden besteed aan verschillende vormen van draagmoederschap (laagtechnologisch en hoogtechnologisch) en de familierechtelijke en contractenrechtelijke regulering daarvan. Ook zullen de voorstellen van de Staatscommissie herijking ouderschap aan bod komen. In het tweede gedeelte van de avond zullen de psychologische aspecten van draagouderschap centraal staan vanuit de kinderen, de draagmoeders en de wensouders. Gekeken zal worden wat onderzoek laat zien voor alle drie de groepen, en er zal ook gereflecteerd worden op de kwaliteit van het beschikbare onderzoek en de mate waarin de beleids- en klinische praktijk zich kan beroepen op de uitkomsten.